NL: doorhalenSynoniemen: doorkrassen, schrappen
DE: durchstreichen
EN: strike out, cancel, delete
FR: biffer, rayer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doorgehaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik haal door jij haalt door hij haalt door wij halen door jullie halen door zij halen door
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doorgehaald jij hebt doorgehaald hij heeft doorgehaald wij hebben doorgehaald jullie hebben doorgehaald zij hebben doorgehaald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik haalde door jij haalde door hij haalde door wij haalden door jullie haalden door zij haalden door
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doorgehaald jij had doorgehaald hij had doorgehaald wij hadden doorgehaald jullie hadden doorgehaald zij hadden doorgehaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doorhalen jij zult doorhalen hij zal doorhalen wij zullen doorhalen jullie zullen doorhalen zij zullen doorhalen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doorgehaald hebben jij zult doorgehaald hebben hij zal doorgehaald hebben wij zullen doorgehaald hebben jullie zullen doorgehaald hebben zij zullen doorgehaald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doorhalen jij zou doorhalen hij zou doorhalen wij zouden doorhalen jullie zouden doorhalen zij zouden doorhalen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doorgehaald hebben jij zou doorgehaald hebben hij zou doorgehaald hebben wij zouden doorgehaald hebben jullie zouden doorgehaald hebben zij zouden doorgehaald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
haal door
|