NL: doorgevenSynoniemen: aangeven, doorvertellen, overbrengen, rondvertellen, rondbrieven, doorspelen, verreiken
DE: doorgeven (doorvertellen): durchsagen, übertragen, austragen, denunzieren, weitererzählen, ausposaunen, herumerzählen
EN: doorgeven (doorvertellen): pass on, blab, tell, feed
ES: doorgeven (doorvertellen): comunicar, pasar, repasar, hacer correr la voz, chismorrear
FR: doorgeven (doorvertellen): transmettre, rapporter, répandre, colporter, faire circuler, se faire l'écho de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doorgegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik geef door jij geeft door hij geeft door wij geven door jullie geven door zij geven door
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doorgegeven jij hebt doorgegeven hij heeft doorgegeven wij hebben doorgegeven jullie hebben doorgegeven zij hebben doorgegeven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gaf door jij gaf door hij gaf door wij gaven door jullie gaven door zij gaven door
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doorgegeven jij had doorgegeven hij had doorgegeven wij hadden doorgegeven jullie hadden doorgegeven zij hadden doorgegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doorgeven jij zult doorgeven hij zal doorgeven wij zullen doorgeven jullie zullen doorgeven zij zullen doorgeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doorgegeven hebben jij zult doorgegeven hebben hij zal doorgegeven hebben wij zullen doorgegeven hebben jullie zullen doorgegeven hebben zij zullen doorgegeven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doorgeven jij zou doorgeven hij zou doorgeven wij zouden doorgeven jullie zouden doorgeven zij zouden doorgeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doorgegeven hebben jij zou doorgegeven hebben hij zou doorgegeven hebben wij zouden doorgegeven hebben jullie zouden doorgegeven hebben zij zouden doorgegeven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
geef door
|