NL: doorbrengenSynoniemen: besteden, slijten
DE: spendieren, ausgeben
EN: spend, pass
ES: pasar el tiempo, gastar en
FR: passer, passer le temps
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doorgebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik breng door jij brengt door hij brengt door wij brengen door jullie brengen door zij brengen door
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doorgebracht jij hebt doorgebracht hij heeft doorgebracht wij hebben doorgebracht jullie hebben doorgebracht zij hebben doorgebracht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bracht door jij bracht door hij bracht door wij brachten door jullie brachten door zij brachten door
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doorgebracht jij had doorgebracht hij had doorgebracht wij hadden doorgebracht jullie hadden doorgebracht zij hadden doorgebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doorbrengen jij zult doorbrengen hij zal doorbrengen wij zullen doorbrengen jullie zullen doorbrengen zij zullen doorbrengen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doorgebracht hebben jij zult doorgebracht hebben hij zal doorgebracht hebben wij zullen doorgebracht hebben jullie zullen doorgebracht hebben zij zullen doorgebracht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doorbrengen jij zou doorbrengen hij zou doorbrengen wij zouden doorbrengen jullie zouden doorbrengen zij zouden doorbrengen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doorgebracht hebben jij zou doorgebracht hebben hij zou doorgebracht hebben wij zouden doorgebracht hebben jullie zouden doorgebracht hebben zij zouden doorgebracht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
breng door
|