NL: dooienDE: dooien (ophouden te vriezen): abtauen, tauen, auftauen
EN: dooien (ophouden te vriezen): thaw, defrost, stop freezing
ES: dooien (ophouden te vriezen): deshelarse, deshelar
FR: dooien (ophouden te vriezen): dégeler, fondre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedooid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dooi jij dooit hij dooit wij dooien jullie dooien zij dooien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedooid jij hebt gedooid hij heeft gedooid wij hebben gedooid jullie hebben gedooid zij hebben gedooid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dooide jij dooide hij dooide wij dooiden jullie dooiden zij dooiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedooid jij had gedooid hij had gedooid wij hadden gedooid jullie hadden gedooid zij hadden gedooid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dooien jij zult dooien hij zal dooien wij zullen dooien jullie zullen dooien zij zullen dooien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedooid hebben jij zult gedooid hebben hij zal gedooid hebben wij zullen gedooid hebben jullie zullen gedooid hebben zij zullen gedooid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dooien jij zou dooien hij zou dooien wij zouden dooien jullie zouden dooien zij zouden dooien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedooid hebben jij zou gedooid hebben hij zou gedooid hebben wij zouden gedooid hebben jullie zouden gedooid hebben zij zouden gedooid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dooi
|