NL: doodverklaren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doodverklaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik verklaar dood jij verklaart dood hij verklaart dood wij klaren dood jullie klaren dood zij klaren dood
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doodverklaard jij hebt doodverklaard hij heeft doodverklaard wij hebben doodverklaard jullie hebben doodverklaard zij hebben doodverklaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik verklaarde dood jij verklaarde dood hij verklaarde dood wij verklaarden dood jullie verklaarden dood zij verklaarden dood
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doodverklaard jij had doodverklaard hij had doodverklaard wij hadden doodverklaard jullie hadden doodverklaard zij hadden doodverklaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doodverklaren jij zult doodverklaren hij zal doodverklaren wij zullen doodverklaren jullie zullen doodverklaren zij zullen doodverklaren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doodverklaard hebben jij zult doodverklaard hebben hij zal doodverklaard hebben wij zullen doodverklaard hebben jullie zullen doodverklaard hebben zij zullen doodverklaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doodverklaren jij zou doodverklaren hij zou doodverklaren wij zouden doodverklaren jullie zouden doodverklaren zij zouden doodverklaren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doodverklaard hebben jij zou doodverklaard hebben hij zou doodverklaard hebben wij zouden doodverklaard hebben jullie zouden doodverklaard hebben zij zouden doodverklaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
verklaar dood
|