NL: doodschietenSynoniemen: afschieten, neerleggen, neerschieten, fusilleren, afknallen, vermoorden, ombrengen, executeren
DE: totschießen, erschießen
EN: shoot down, shoot to death
FR: fusiller, tuer, tuer d'un coup de fusil
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
doodgeschoten
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schiet dood jij schiet dood hij schiet dood wij schieten dood jullie schieten dood zij schieten dood
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb doodgeschoten jij hebt doodgeschoten hij heeft doodgeschoten wij hebben doodgeschoten jullie hebben doodgeschoten zij hebben doodgeschoten
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schoot dood jij schoot dood hij schoot dood wij schoten dood jullie schoten dood zij schoten dood
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had doodgeschoten jij had doodgeschoten hij had doodgeschoten wij hadden doodgeschoten jullie hadden doodgeschoten zij hadden doodgeschoten
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doodschieten jij zult doodschieten hij zal doodschieten wij zullen doodschieten jullie zullen doodschieten zij zullen doodschieten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal doodgeschoten hebben jij zult doodgeschoten hebben hij zal doodgeschoten hebben wij zullen doodgeschoten hebben jullie zullen doodgeschoten hebben zij zullen doodgeschoten hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doodschieten jij zou doodschieten hij zou doodschieten wij zouden doodschieten jullie zouden doodschieten zij zouden doodschieten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou doodgeschoten hebben jij zou doodgeschoten hebben hij zou doodgeschoten hebben wij zouden doodgeschoten hebben jullie zouden doodgeschoten hebben zij zouden doodgeschoten hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schiet dood
|