NL: dompelenSynoniemen: dopen, onderdompelen, onderduwen
DE: tauchen, untertauchen, eintunken, eintauchen
EN: immerse, dip, push under
FR: tremper, plonger, immerger
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedompeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dompel jij dompelt hij dompelt wij dompelen jullie dompelen zij dompelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedompeld jij hebt gedompeld hij heeft gedompeld wij hebben gedompeld jullie hebben gedompeld zij hebben gedompeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dompelde jij dompelde hij dompelde wij dompelden jullie dompelden zij dompelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedompeld jij had gedompeld hij had gedompeld wij hadden gedompeld jullie hadden gedompeld zij hadden gedompeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dompelen jij zult dompelen hij zal dompelen wij zullen dompelen jullie zullen dompelen zij zullen dompelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedompeld hebben jij zult gedompeld hebben hij zal gedompeld hebben wij zullen gedompeld hebben jullie zullen gedompeld hebben zij zullen gedompeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dompelen jij zou dompelen hij zou dompelen wij zouden dompelen jullie zouden dompelen zij zouden dompelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedompeld hebben jij zou gedompeld hebben hij zou gedompeld hebben wij zouden gedompeld hebben jullie zouden gedompeld hebben zij zouden gedompeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dompel
|