NL: dollenSynoniemen: ravotten, schertsen, spelen, stoeien, grappen, gekscheren
EN: dollen (malligheid uithalen): joke, play a joke, commit foolery, jape, do something silly, banter, make fun of, poke fun at, jest, play a trick
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedold
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dol jij dolt hij dolt wij dollen jullie dollen zij dollen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedold jij hebt gedold hij heeft gedold wij hebben gedold jullie hebben gedold zij hebben gedold
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dolde jij dolde hij dolde wij dolden jullie dolden zij dolden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedold jij had gedold hij had gedold wij hadden gedold jullie hadden gedold zij hadden gedold
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dollen jij zult dollen hij zal dollen wij zullen dollen jullie zullen dollen zij zullen dollen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedold hebben jij zult gedold hebben hij zal gedold hebben wij zullen gedold hebben jullie zullen gedold hebben zij zullen gedold hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dollen jij zou dollen hij zou dollen wij zouden dollen jullie zouden dollen zij zouden dollen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedold hebben jij zou gedold hebben hij zou gedold hebben wij zouden gedold hebben jullie zouden gedold hebben zij zouden gedold hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dol
|