NL: doezelenSynoniemen: dommelen, slapen, gedommel, sluimeren, soezen, dutten, gesoes, gedoezel
EN: doezelen (dommelen): snooze, doze, drowse
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedoezeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik doezel jij doezelt hij doezelt wij doezelen jullie doezelen zij doezelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedoezeld jij hebt gedoezeld hij heeft gedoezeld wij hebben gedoezeld jullie hebben gedoezeld zij hebben gedoezeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik doezelde jij doezelde hij doezelde wij doezelden jullie doezelden zij doezelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedoezeld jij had gedoezeld hij had gedoezeld wij hadden gedoezeld jullie hadden gedoezeld zij hadden gedoezeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal doezelen jij zult doezelen hij zal doezelen wij zullen doezelen jullie zullen doezelen zij zullen doezelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedoezeld hebben jij zult gedoezeld hebben hij zal gedoezeld hebben wij zullen gedoezeld hebben jullie zullen gedoezeld hebben zij zullen gedoezeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou doezelen jij zou doezelen hij zou doezelen wij zouden doezelen jullie zouden doezelen zij zouden doezelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedoezeld hebben jij zou gedoezeld hebben hij zou gedoezeld hebben wij zouden gedoezeld hebben jullie zouden gedoezeld hebben zij zouden gedoezeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
doezel
|