NL: disputerenSynoniemen: redetwisten, twisten, strijden, krakelen, argumenteren
DE: disputeren (redetwisten): streiten, debattieren, argumentieren, sichzanken
EN: disputeren (redetwisten): dispute, argue
ES: disputeren (redetwisten): discutir, argumentar, rebatir, disputar, replicar, contradecir, argüir
FR: disputeren (redetwisten): discuter, contredire, contester, débattre, répliquer, argumenter, controverser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedisputeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik disputeer jij disputeert hij disputeert wij disputeren jullie disputeren zij disputeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedisputeerd jij hebt gedisputeerd hij heeft gedisputeerd wij hebben gedisputeerd jullie hebben gedisputeerd zij hebben gedisputeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik disputeerde jij disputeerde hij disputeerde wij disputeerden jullie disputeerden zij disputeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedisputeerd jij had gedisputeerd hij had gedisputeerd wij hadden gedisputeerd jullie hadden gedisputeerd zij hadden gedisputeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal disputeren jij zult disputeren hij zal disputeren wij zullen disputeren jullie zullen disputeren zij zullen disputeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedisputeerd hebben jij zult gedisputeerd hebben hij zal gedisputeerd hebben wij zullen gedisputeerd hebben jullie zullen gedisputeerd hebben zij zullen gedisputeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou disputeren jij zou disputeren hij zou disputeren wij zouden disputeren jullie zouden disputeren zij zouden disputeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedisputeerd hebben jij zou gedisputeerd hebben hij zou gedisputeerd hebben wij zouden gedisputeerd hebben jullie zouden gedisputeerd hebben zij zouden gedisputeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
disputeer
|