NL: disloquerenSynoniemen: ontwrichten, verplaatsen, verzetten, vervoeren, verschuiven, verschikken, verleggen, roeren
EN: dislocate
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedisloqueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik disloqueer jij disloqueert hij disloqueert wij disloqueren jullie disloqueren zij disloqueren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedisloqueerd jij hebt gedisloqueerd hij heeft gedisloqueerd wij hebben gedisloqueerd jullie hebben gedisloqueerd zij hebben gedisloqueerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik disloqueerde jij disloqueerde hij disloqueerde wij disloqueerden jullie disloqueerden zij disloqueerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedisloqueerd jij had gedisloqueerd hij had gedisloqueerd wij hadden gedisloqueerd jullie hadden gedisloqueerd zij hadden gedisloqueerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal disloqueren jij zult disloqueren hij zal disloqueren wij zullen disloqueren jullie zullen disloqueren zij zullen disloqueren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedisloqueerd hebben jij zult gedisloqueerd hebben hij zal gedisloqueerd hebben wij zullen gedisloqueerd hebben jullie zullen gedisloqueerd hebben zij zullen gedisloqueerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou disloqueren jij zou disloqueren hij zou disloqueren wij zouden disloqueren jullie zouden disloqueren zij zouden disloqueren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedisloqueerd hebben jij zou gedisloqueerd hebben hij zou gedisloqueerd hebben wij zouden gedisloqueerd hebben jullie zouden gedisloqueerd hebben zij zouden gedisloqueerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
disloqueer
|