NL: digitaliserenEN: digitize
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedigitaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik digitaliseer jij digitaliseert hij digitaliseert wij digitaliseren jullie digitaliseren zij digitaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedigitaliseerd jij hebt gedigitaliseerd hij heeft gedigitaliseerd wij hebben gedigitaliseerd jullie hebben gedigitaliseerd zij hebben gedigitaliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik digitaliseerde jij digitaliseerde hij digitaliseerde wij digitaliseerden jullie digitaliseerden zij digitaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedigitaliseerd jij had gedigitaliseerd hij had gedigitaliseerd wij hadden gedigitaliseerd jullie hadden gedigitaliseerd zij hadden gedigitaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal digitaliseren jij zult digitaliseren hij zal digitaliseren wij zullen digitaliseren jullie zullen digitaliseren zij zullen digitaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedigitaliseerd hebben jij zult gedigitaliseerd hebben hij zal gedigitaliseerd hebben wij zullen gedigitaliseerd hebben jullie zullen gedigitaliseerd hebben zij zullen gedigitaliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou digitaliseren jij zou digitaliseren hij zou digitaliseren wij zouden digitaliseren jullie zouden digitaliseren zij zouden digitaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedigitaliseerd hebben jij zou gedigitaliseerd hebben hij zou gedigitaliseerd hebben wij zouden gedigitaliseerd hebben jullie zouden gedigitaliseerd hebben zij zouden gedigitaliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
digitaliseer
|