NL: differentiërenFR: différencier, opérer une distinction
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedifferentieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik differentieer jij differentieert hij differentieert wij differentiëren jullie differentiëren zij differentiëren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedifferentieerd jij hebt gedifferentieerd hij heeft gedifferentieerd wij hebben gedifferentieerd jullie hebben gedifferentieerd zij hebben gedifferentieerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik differentieerde jij differentieerde hij differentieerde wij differentieerden jullie differentieerden zij differentieerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedifferentieerd jij had gedifferentieerd hij had gedifferentieerd wij hadden gedifferentieerd jullie hadden gedifferentieerd zij hadden gedifferentieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal differentiëren jij zult differentiëren hij zal differentiëren wij zullen differentiëren jullie zullen differentiëren zij zullen differentiëren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedifferentieerd hebben jij zult gedifferentieerd hebben hij zal gedifferentieerd hebben wij zullen gedifferentieerd hebben jullie zullen gedifferentieerd hebben zij zullen gedifferentieerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou differentiëren jij zou differentiëren hij zou differentiëren wij zouden differentiëren jullie zouden differentiëren zij zouden differentiëren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedifferentieerd hebben jij zou gedifferentieerd hebben hij zou gedifferentieerd hebben wij zouden gedifferentieerd hebben jullie zouden gedifferentieerd hebben zij zouden gedifferentieerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
differentieer
|