NL: dicterenSynoniemen: gelasten, ingeven, opgeven, voorschrijven, gebieden, bevelen
DE: eingeben, anordnen, vorschreiben, verordnen, diktieren
EN: dictate, order
ES: dictar
FR: indiquer, dicter, suggérer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedicteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dicteer jij dicteert hij dicteert wij dicteren jullie dicteren zij dicteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedicteerd jij hebt gedicteerd hij heeft gedicteerd wij hebben gedicteerd jullie hebben gedicteerd zij hebben gedicteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dicteerde jij dicteerde hij dicteerde wij dicteerden jullie dicteerden zij dicteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedicteerd jij had gedicteerd hij had gedicteerd wij hadden gedicteerd jullie hadden gedicteerd zij hadden gedicteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dicteren jij zult dicteren hij zal dicteren wij zullen dicteren jullie zullen dicteren zij zullen dicteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedicteerd hebben jij zult gedicteerd hebben hij zal gedicteerd hebben wij zullen gedicteerd hebben jullie zullen gedicteerd hebben zij zullen gedicteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dicteren jij zou dicteren hij zou dicteren wij zouden dicteren jullie zouden dicteren zij zouden dicteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedicteerd hebben jij zou gedicteerd hebben hij zou gedicteerd hebben wij zouden gedicteerd hebben jullie zouden gedicteerd hebben zij zouden gedicteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dicteer
|