Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

dicteren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: dicteren
Synoniemen: gelasten, ingeven, opgeven, voorschrijven, gebieden, bevelen

DE: eingeben, anordnen, vorschreiben, verordnen, diktieren
EN: dictate, order
ES: dictar
FR: indiquer, dicter, suggérer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gedicteerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik dicteer
jij dicteert
hij dicteert
wij dicteren
jullie dicteren
zij dicteren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gedicteerd
jij hebt gedicteerd
hij heeft gedicteerd
wij hebben gedicteerd
jullie hebben gedicteerd
zij hebben gedicteerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik dicteerde
jij dicteerde
hij dicteerde
wij dicteerden
jullie dicteerden
zij dicteerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gedicteerd
jij had gedicteerd
hij had gedicteerd
wij hadden gedicteerd
jullie hadden gedicteerd
zij hadden gedicteerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal dicteren
jij zult dicteren
hij zal dicteren
wij zullen dicteren
jullie zullen dicteren
zij zullen dicteren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gedicteerd hebben
jij zult gedicteerd hebben
hij zal gedicteerd hebben
wij zullen gedicteerd hebben
jullie zullen gedicteerd hebben
zij zullen gedicteerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou dicteren
jij zou dicteren
hij zou dicteren
wij zouden dicteren
jullie zouden dicteren
zij zouden dicteren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gedicteerd hebben
jij zou gedicteerd hebben
hij zou gedicteerd hebben
wij zouden gedicteerd hebben
jullie zouden gedicteerd hebben
zij zouden gedicteerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
dicteer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/dicteren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English