NL: dichtgaanSynoniemen: dichtklappen, sluiten, toevallen, dichtvallen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
dichtgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ga dicht jij gaat dicht hij gaat dicht wij gaan dicht jullie gaan dicht zij gaan dicht
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben dichtgegaan jij bent dichtgegaan hij is dichtgegaan wij zijn dichtgegaan jullie zijn dichtgegaan zij zijn dichtgegaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ging dicht jij ging dicht hij ging dicht wij gingen dicht jullie gingen dicht zij gingen dicht
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was dichtgegaan jij was dichtgegaan hij was dichtgegaan wij waren dichtgegaan jullie waren dichtgegaan zij waren dichtgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dichtgaan jij zult dichtgaan hij zal dichtgaan wij zullen dichtgaan jullie zullen dichtgaan zij zullen dichtgaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal dichtgegaan zijn jij zult dichtgegaan zijn hij zal dichtgegaan zijn wij zullen dichtgegaan zijn jullie zullen dichtgegaan zijn zij zullen dichtgegaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dichtgaan jij zou dichtgaan hij zou dichtgaan wij zouden dichtgaan jullie zouden dichtgaan zij zouden dichtgaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou dichtgegaan zijn jij zou dichtgegaan zijn hij zou dichtgegaan zijn wij zouden dichtgegaan zijn jullie zouden dichtgegaan zijn zij zouden dichtgegaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ga dicht
|