NL: dichtdoenSynoniemen: afgrendelen, afsluiten, dichtknopen, dichtmaken, sluiten, toedoen, toetrekken, vergrendelen, dichtdraaien, toemaken, locken, grendelen, borgen
DE: schließen, verschließen, sperren, zumachen, verriegeln, versperren, zusperren
EN: shut, close, draw
ES: cerrar, pasar, cerrarse, atacar, cerrar de golpe, guardar, celebrar, concluir, cuadrar, suceder, importar, concertar, cerrar con llave
FR: fermer, clore, boucler, verrouiller
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
dichtgedaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik doe dicht jij doet dicht hij doet dicht wij doen dicht jullie doen dicht zij doen dicht
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb dichtgedaan jij hebt dichtgedaan hij heeft dichtgedaan wij hebben dichtgedaan jullie hebben dichtgedaan zij hebben dichtgedaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik deed dicht jij deed dicht hij deed dicht wij deden dicht jullie deden dicht zij deden dicht
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had dichtgedaan jij had dichtgedaan hij had dichtgedaan wij hadden dichtgedaan jullie hadden dichtgedaan zij hadden dichtgedaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dichtdoen jij zult dichtdoen hij zal dichtdoen wij zullen dichtdoen jullie zullen dichtdoen zij zullen dichtdoen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal dichtgedaan hebben jij zult dichtgedaan hebben hij zal dichtgedaan hebben wij zullen dichtgedaan hebben jullie zullen dichtgedaan hebben zij zullen dichtgedaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dichtdoen jij zou dichtdoen hij zou dichtdoen wij zouden dichtdoen jullie zouden dichtdoen zij zouden dichtdoen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou dichtgedaan hebben jij zou dichtgedaan hebben hij zou dichtgedaan hebben wij zouden dichtgedaan hebben jullie zouden dichtgedaan hebben zij zouden dichtgedaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
doe dicht
|