NL: diagnostiseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gediagnostiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik diagnostiseer jij diagnostiseert hij diagnostiseert wij diagnostiseren jullie diagnostiseren zij diagnostiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gediagnostiseerd jij hebt gediagnostiseerd hij heeft gediagnostiseerd wij hebben gediagnostiseerd jullie hebben gediagnostiseerd zij hebben gediagnostiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik diagnostiseerde jij diagnostiseerde hij diagnostiseerde wij diagnostiseerden jullie diagnostiseerden zij diagnostiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gediagnostiseerd jij had gediagnostiseerd hij had gediagnostiseerd wij hadden gediagnostiseerd jullie hadden gediagnostiseerd zij hadden gediagnostiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal diagnostiseren jij zult diagnostiseren hij zal diagnostiseren wij zullen diagnostiseren jullie zullen diagnostiseren zij zullen diagnostiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gediagnostiseerd hebben jij zult gediagnostiseerd hebben hij zal gediagnostiseerd hebben wij zullen gediagnostiseerd hebben jullie zullen gediagnostiseerd hebben zij zullen gediagnostiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou diagnostiseren jij zou diagnostiseren hij zou diagnostiseren wij zouden diagnostiseren jullie zouden diagnostiseren zij zouden diagnostiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gediagnostiseerd hebben jij zou gediagnostiseerd hebben hij zou gediagnostiseerd hebben wij zouden gediagnostiseerd hebben jullie zouden gediagnostiseerd hebben zij zouden gediagnostiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
diagnostiseer
|