Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

diagnostiseren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: diagnostiseren

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gediagnostiseerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik diagnostiseer
jij diagnostiseert
hij diagnostiseert
wij diagnostiseren
jullie diagnostiseren
zij diagnostiseren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gediagnostiseerd
jij hebt gediagnostiseerd
hij heeft gediagnostiseerd
wij hebben gediagnostiseerd
jullie hebben gediagnostiseerd
zij hebben gediagnostiseerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik diagnostiseerde
jij diagnostiseerde
hij diagnostiseerde
wij diagnostiseerden
jullie diagnostiseerden
zij diagnostiseerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gediagnostiseerd
jij had gediagnostiseerd
hij had gediagnostiseerd
wij hadden gediagnostiseerd
jullie hadden gediagnostiseerd
zij hadden gediagnostiseerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal diagnostiseren
jij zult diagnostiseren
hij zal diagnostiseren
wij zullen diagnostiseren
jullie zullen diagnostiseren
zij zullen diagnostiseren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gediagnostiseerd hebben
jij zult gediagnostiseerd hebben
hij zal gediagnostiseerd hebben
wij zullen gediagnostiseerd hebben
jullie zullen gediagnostiseerd hebben
zij zullen gediagnostiseerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou diagnostiseren
jij zou diagnostiseren
hij zou diagnostiseren
wij zouden diagnostiseren
jullie zouden diagnostiseren
zij zouden diagnostiseren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gediagnostiseerd hebben
jij zou gediagnostiseerd hebben
hij zou gediagnostiseerd hebben
wij zouden gediagnostiseerd hebben
jullie zouden gediagnostiseerd hebben
zij zouden gediagnostiseerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
diagnostiseer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/diagnostiseren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English