NL: detinerenSynoniemen: vasthouden, gevangenhouden
DE: in Haft behalten, verhaften, einschließen, festhalten, einsperren, festsetzen, verschließen, internieren, einpferchen, gefangen halten
EN: detain
ES: detener, atar, adentrar, calzar, internar, tener detenido, tener agarrado
FR: emprisonner, détenir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedetineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik detineer jij detineert hij detineert wij detineren jullie detineren zij detineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedetineerd jij hebt gedetineerd hij heeft gedetineerd wij hebben gedetineerd jullie hebben gedetineerd zij hebben gedetineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik detineerde jij detineerde hij detineerde wij detineerden jullie detineerden zij detineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedetineerd jij had gedetineerd hij had gedetineerd wij hadden gedetineerd jullie hadden gedetineerd zij hadden gedetineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal detineren jij zult detineren hij zal detineren wij zullen detineren jullie zullen detineren zij zullen detineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedetineerd hebben jij zult gedetineerd hebben hij zal gedetineerd hebben wij zullen gedetineerd hebben jullie zullen gedetineerd hebben zij zullen gedetineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou detineren jij zou detineren hij zou detineren wij zouden detineren jullie zouden detineren zij zouden detineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedetineerd hebben jij zou gedetineerd hebben hij zou gedetineerd hebben wij zouden gedetineerd hebben jullie zouden gedetineerd hebben zij zouden gedetineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
detineer
|