NL: detecteren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedetecteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik detecteer jij detecteert hij detecteert wij detecteren jullie detecteren zij detecteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedetecteerd jij hebt gedetecteerd hij heeft gedetecteerd wij hebben gedetecteerd jullie hebben gedetecteerd zij hebben gedetecteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik detecteerde jij detecteerde hij detecteerde wij detecteerden jullie detecteerden zij detecteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedetecteerd jij had gedetecteerd hij had gedetecteerd wij hadden gedetecteerd jullie hadden gedetecteerd zij hadden gedetecteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal detecteren jij zult detecteren hij zal detecteren wij zullen detecteren jullie zullen detecteren zij zullen detecteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedetecteerd hebben jij zult gedetecteerd hebben hij zal gedetecteerd hebben wij zullen gedetecteerd hebben jullie zullen gedetecteerd hebben zij zullen gedetecteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou detecteren jij zou detecteren hij zou detecteren wij zouden detecteren jullie zouden detecteren zij zouden detecteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedetecteerd hebben jij zou gedetecteerd hebben hij zou gedetecteerd hebben wij zouden gedetecteerd hebben jullie zouden gedetecteerd hebben zij zouden gedetecteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
detecteer
|