NL: deserterenSynoniemen: drossen, overlopen
DE: deserteren (het leger ontvluchten): desertieren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedeserteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik deserteer jij deserteert hij deserteert wij deserteren jullie deserteren zij deserteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedeserteerd jij hebt gedeserteerd hij heeft gedeserteerd wij hebben gedeserteerd jullie hebben gedeserteerd zij hebben gedeserteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik deserteerde jij deserteerde hij deserteerde wij deserteerden jullie deserteerden zij deserteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedeserteerd jij had gedeserteerd hij had gedeserteerd wij hadden gedeserteerd jullie hadden gedeserteerd zij hadden gedeserteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal deserteren jij zult deserteren hij zal deserteren wij zullen deserteren jullie zullen deserteren zij zullen deserteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedeserteerd hebben jij zult gedeserteerd hebben hij zal gedeserteerd hebben wij zullen gedeserteerd hebben jullie zullen gedeserteerd hebben zij zullen gedeserteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou deserteren jij zou deserteren hij zou deserteren wij zouden deserteren jullie zouden deserteren zij zouden deserteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedeserteerd hebben jij zou gedeserteerd hebben hij zou gedeserteerd hebben wij zouden gedeserteerd hebben jullie zouden gedeserteerd hebben zij zouden gedeserteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
deserteer
|