NL: deppenSynoniemen: afbetten, bevochtigen, betten
DE: deppen (afbetten): tupfen, anfeuchten, befeuchten, abtupfen
EN: deppen (afbetten): dab, moisten, wet
FR: deppen (afbetten): mouiller, tamponner, humecter, humidifier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedept
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dep jij dept hij dept wij deppen jullie deppen zij deppen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedept jij hebt gedept hij heeft gedept wij hebben gedept jullie hebben gedept zij hebben gedept
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik depte jij depte hij depte wij depten jullie depten zij depten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedept jij had gedept hij had gedept wij hadden gedept jullie hadden gedept zij hadden gedept
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal deppen jij zult deppen hij zal deppen wij zullen deppen jullie zullen deppen zij zullen deppen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedept hebben jij zult gedept hebben hij zal gedept hebben wij zullen gedept hebben jullie zullen gedept hebben zij zullen gedept hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou deppen jij zou deppen hij zou deppen wij zouden deppen jullie zouden deppen zij zouden deppen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedept hebben jij zou gedept hebben hij zou gedept hebben wij zouden gedept hebben jullie zouden gedept hebben zij zouden gedept hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dep
|