NL: deporterenSynoniemen: uitzetten
EN: deport
FR: déporter, expulser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedeporteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik deporteer jij deporteert hij deporteert wij deporteren jullie deporteren zij deporteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedeporteerd jij hebt gedeporteerd hij heeft gedeporteerd wij hebben gedeporteerd jullie hebben gedeporteerd zij hebben gedeporteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik deporteerde jij deporteerde hij deporteerde wij deporteerden jullie deporteerden zij deporteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedeporteerd jij had gedeporteerd hij had gedeporteerd wij hadden gedeporteerd jullie hadden gedeporteerd zij hadden gedeporteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal deporteren jij zult deporteren hij zal deporteren wij zullen deporteren jullie zullen deporteren zij zullen deporteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedeporteerd hebben jij zult gedeporteerd hebben hij zal gedeporteerd hebben wij zullen gedeporteerd hebben jullie zullen gedeporteerd hebben zij zullen gedeporteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou deporteren jij zou deporteren hij zou deporteren wij zouden deporteren jullie zouden deporteren zij zouden deporteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedeporteerd hebben jij zou gedeporteerd hebben hij zou gedeporteerd hebben wij zouden gedeporteerd hebben jullie zouden gedeporteerd hebben zij zouden gedeporteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
deporteer
|