NL: denigrerenSynoniemen: kleineren
DE: denigreren (kleineren): schmälern, herabsetzen, herabwürdigen
EN: denigreren (kleineren): belittle, humiliate, disregard, look down upon, treat with disregard, hold cheap, treat unkindly, slight, scorn, hold in contempt
ES: denigreren (kleineren): humillar, menospreciar, denigrar, tratar con menosprecio
FR: denigreren (kleineren): abaisser, dénigrer, humilier, rabaisser, déprécier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedenigreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik denigreer jij denigreert hij denigreert wij denigreren jullie denigreren zij denigreren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedenigreerd jij hebt gedenigreerd hij heeft gedenigreerd wij hebben gedenigreerd jullie hebben gedenigreerd zij hebben gedenigreerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik denigreerde jij denigreerde hij denigreerde wij denigreerden jullie denigreerden zij denigreerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedenigreerd jij had gedenigreerd hij had gedenigreerd wij hadden gedenigreerd jullie hadden gedenigreerd zij hadden gedenigreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal denigreren jij zult denigreren hij zal denigreren wij zullen denigreren jullie zullen denigreren zij zullen denigreren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedenigreerd hebben jij zult gedenigreerd hebben hij zal gedenigreerd hebben wij zullen gedenigreerd hebben jullie zullen gedenigreerd hebben zij zullen gedenigreerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou denigreren jij zou denigreren hij zou denigreren wij zouden denigreren jullie zouden denigreren zij zouden denigreren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedenigreerd hebben jij zou gedenigreerd hebben hij zou gedenigreerd hebben wij zouden gedenigreerd hebben jullie zouden gedenigreerd hebben zij zouden gedenigreerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
denigreer
|