NL: demotiverenSynoniemen: ontmoedigen,
EN: demotivate
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedemotiveerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik demotiveer jij demotiveert hij demotiveert wij demotiveren jullie demotiveren zij demotiveren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedemotiveerd jij hebt gedemotiveerd hij heeft gedemotiveerd wij hebben gedemotiveerd jullie hebben gedemotiveerd zij hebben gedemotiveerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik demotiveerde jij demotiveerde hij demotiveerde wij demotiveerden jullie demotiveerden zij demotiveerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedemotiveerd jij had gedemotiveerd hij had gedemotiveerd wij hadden gedemotiveerd jullie hadden gedemotiveerd zij hadden gedemotiveerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal demotiveren jij zult demotiveren hij zal demotiveren wij zullen demotiveren jullie zullen demotiveren zij zullen demotiveren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedemotiveerd hebben jij zult gedemotiveerd hebben hij zal gedemotiveerd hebben wij zullen gedemotiveerd hebben jullie zullen gedemotiveerd hebben zij zullen gedemotiveerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou demotiveren jij zou demotiveren hij zou demotiveren wij zouden demotiveren jullie zouden demotiveren zij zouden demotiveren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedemotiveerd hebben jij zou gedemotiveerd hebben hij zou gedemotiveerd hebben wij zouden gedemotiveerd hebben jullie zouden gedemotiveerd hebben zij zouden gedemotiveerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
demotiveer
|