NL: demonterenSynoniemen: ontmantelen, slopen, , uitnemen, onttakelen
DE: demontieren, beseitigen, entfernen, räumen, wegnehmen, wegschaffen, abtakeln, fortschaffen, wegräumen, entfestigen
EN: dismantle, strip down, remove, unharness, clear away, unrig, clear up, take apart a machine
FR: démonter, débrider, démanteler, dégarnir, dégréer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedemonteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik demonteer jij demonteert hij demonteert wij demonteren jullie demonteren zij demonteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedemonteerd jij hebt gedemonteerd hij heeft gedemonteerd wij hebben gedemonteerd jullie hebben gedemonteerd zij hebben gedemonteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik demonteerde jij demonteerde hij demonteerde wij demonteerden jullie demonteerden zij demonteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedemonteerd jij had gedemonteerd hij had gedemonteerd wij hadden gedemonteerd jullie hadden gedemonteerd zij hadden gedemonteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal demonteren jij zult demonteren hij zal demonteren wij zullen demonteren jullie zullen demonteren zij zullen demonteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedemonteerd hebben jij zult gedemonteerd hebben hij zal gedemonteerd hebben wij zullen gedemonteerd hebben jullie zullen gedemonteerd hebben zij zullen gedemonteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou demonteren jij zou demonteren hij zou demonteren wij zouden demonteren jullie zouden demonteren zij zouden demonteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedemonteerd hebben jij zou gedemonteerd hebben hij zou gedemonteerd hebben wij zouden gedemonteerd hebben jullie zouden gedemonteerd hebben zij zouden gedemonteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
demonteer
|