NL: dementerenSynoniemen: aftakelen, logenstraffen, loochenen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedementeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dementeer jij dementeert hij dementeert wij dementeren jullie dementeren zij dementeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedementeerd jij hebt gedementeerd hij heeft gedementeerd wij hebben gedementeerd jullie hebben gedementeerd zij hebben gedementeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dementeerde jij dementeerde hij dementeerde wij dementeerden jullie dementeerden zij dementeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedementeerd jij had gedementeerd hij had gedementeerd wij hadden gedementeerd jullie hadden gedementeerd zij hadden gedementeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dementeren jij zult dementeren hij zal dementeren wij zullen dementeren jullie zullen dementeren zij zullen dementeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedementeerd hebben jij zult gedementeerd hebben hij zal gedementeerd hebben wij zullen gedementeerd hebben jullie zullen gedementeerd hebben zij zullen gedementeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dementeren jij zou dementeren hij zou dementeren wij zouden dementeren jullie zouden dementeren zij zouden dementeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedementeerd hebben jij zou gedementeerd hebben hij zou gedementeerd hebben wij zouden gedementeerd hebben jullie zouden gedementeerd hebben zij zouden gedementeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dementeer
|