Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

delegeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: delegeren
Synoniemen: afvaardigen, overdragen, deputeren

DE: delegeren (afvaardigen): delegieren, ermächtigen, abordnen
EN: delegeren (afvaardigen): delegate, depute
ES: delegeren (afvaardigen): diputar, delegar
FR: delegeren (afvaardigen): déléguer, députer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gedelegeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik delegeer
jij delegeert
hij delegeert
wij delegeren
jullie delegeren
zij delegeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gedelegeerd
jij hebt gedelegeerd
hij heeft gedelegeerd
wij hebben gedelegeerd
jullie hebben gedelegeerd
zij hebben gedelegeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik delegeerde
jij delegeerde
hij delegeerde
wij delegeerden
jullie delegeerden
zij delegeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gedelegeerd
jij had gedelegeerd
hij had gedelegeerd
wij hadden gedelegeerd
jullie hadden gedelegeerd
zij hadden gedelegeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal delegeren
jij zult delegeren
hij zal delegeren
wij zullen delegeren
jullie zullen delegeren
zij zullen delegeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gedelegeerd hebben
jij zult gedelegeerd hebben
hij zal gedelegeerd hebben
wij zullen gedelegeerd hebben
jullie zullen gedelegeerd hebben
zij zullen gedelegeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou delegeren
jij zou delegeren
hij zou delegeren
wij zouden delegeren
jullie zouden delegeren
zij zouden delegeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gedelegeerd hebben
jij zou gedelegeerd hebben
hij zou gedelegeerd hebben
wij zouden gedelegeerd hebben
jullie zouden gedelegeerd hebben
zij zouden gedelegeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
delegeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/delegeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English