NL: dekkenSynoniemen: afschermen, bedekken, bespringen, overkappen, vergoeden, dakdekken, aanschaffen, toedekken, beleggen, overwelven
DE: das Decken, das Dachdecken
EN: the thatching, the tiling
ES: la seguridad, la protección, el abrigo contra
FR: la couverture, la toiture, la tuiles
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dek jij dekt hij dekt wij dekken jullie dekken zij dekken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedekt jij hebt gedekt hij heeft gedekt wij hebben gedekt jullie hebben gedekt zij hebben gedekt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dekte jij dekte hij dekte wij dekten jullie dekten zij dekten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedekt jij had gedekt hij had gedekt wij hadden gedekt jullie hadden gedekt zij hadden gedekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dekken jij zult dekken hij zal dekken wij zullen dekken jullie zullen dekken zij zullen dekken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedekt hebben jij zult gedekt hebben hij zal gedekt hebben wij zullen gedekt hebben jullie zullen gedekt hebben zij zullen gedekt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dekken jij zou dekken hij zou dekken wij zouden dekken jullie zouden dekken zij zouden dekken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedekt hebben jij zou gedekt hebben hij zou gedekt hebben wij zouden gedekt hebben jullie zouden gedekt hebben zij zouden gedekt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dek
|