NL: deflorerenSynoniemen: ontmaagden
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedefloreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik defloreer jij defloreert hij defloreert wij defloreren jullie defloreren zij defloreren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedefloreerd jij hebt gedefloreerd hij heeft gedefloreerd wij hebben gedefloreerd jullie hebben gedefloreerd zij hebben gedefloreerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik defloreerde jij defloreerde hij defloreerde wij defloreerden jullie defloreerden zij defloreerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedefloreerd jij had gedefloreerd hij had gedefloreerd wij hadden gedefloreerd jullie hadden gedefloreerd zij hadden gedefloreerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal defloreren jij zult defloreren hij zal defloreren wij zullen defloreren jullie zullen defloreren zij zullen defloreren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedefloreerd hebben jij zult gedefloreerd hebben hij zal gedefloreerd hebben wij zullen gedefloreerd hebben jullie zullen gedefloreerd hebben zij zullen gedefloreerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou defloreren jij zou defloreren hij zou defloreren wij zouden defloreren jullie zouden defloreren zij zouden defloreren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedefloreerd hebben jij zou gedefloreerd hebben hij zou gedefloreerd hebben wij zouden gedefloreerd hebben jullie zouden gedefloreerd hebben zij zouden gedefloreerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
defloreer
|