Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

deduceren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: deduceren
Synoniemen: afleiden,

DE: ableiten, konkludieren, schließen, entnehmen, folgern
EN: deduce, deduct, conclude
ES: deducir, sacar en consecuencia, concluir, inferir, sacar en conclusión
FR: déduire, conclure, dériver

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gededuceerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik deduceer
jij deduceert
hij deduceert
wij deduceren
jullie deduceren
zij deduceren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gededuceerd
jij hebt gededuceerd
hij heeft gededuceerd
wij hebben gededuceerd
jullie hebben gededuceerd
zij hebben gededuceerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik deduceerde
jij deduceerde
hij deduceerde
wij deduceerden
jullie deduceerden
zij deduceerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gededuceerd
jij had gededuceerd
hij had gededuceerd
wij hadden gededuceerd
jullie hadden gededuceerd
zij hadden gededuceerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal deduceren
jij zult deduceren
hij zal deduceren
wij zullen deduceren
jullie zullen deduceren
zij zullen deduceren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gededuceerd hebben
jij zult gededuceerd hebben
hij zal gededuceerd hebben
wij zullen gededuceerd hebben
jullie zullen gededuceerd hebben
zij zullen gededuceerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou deduceren
jij zou deduceren
hij zou deduceren
wij zouden deduceren
jullie zouden deduceren
zij zouden deduceren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gededuceerd hebben
jij zou gededuceerd hebben
hij zou gededuceerd hebben
wij zouden gededuceerd hebben
jullie zouden gededuceerd hebben
zij zouden gededuceerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
deduceer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/deduceren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English