NL: decoderenSynoniemen: dechiffreren, ontcijferen
EN: decoderen (dechiffreren): decipher, decode
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedecodeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik decodeer jij decodeert hij decodeert wij decoderen jullie decoderen zij decoderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedecodeerd jij hebt gedecodeerd hij heeft gedecodeerd wij hebben gedecodeerd jullie hebben gedecodeerd zij hebben gedecodeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik decodeerde jij decodeerde hij decodeerde wij decodeerden jullie decodeerden zij decodeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedecodeerd jij had gedecodeerd hij had gedecodeerd wij hadden gedecodeerd jullie hadden gedecodeerd zij hadden gedecodeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal decoderen jij zult decoderen hij zal decoderen wij zullen decoderen jullie zullen decoderen zij zullen decoderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedecodeerd hebben jij zult gedecodeerd hebben hij zal gedecodeerd hebben wij zullen gedecodeerd hebben jullie zullen gedecodeerd hebben zij zullen gedecodeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou decoderen jij zou decoderen hij zou decoderen wij zouden decoderen jullie zouden decoderen zij zouden decoderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedecodeerd hebben jij zou gedecodeerd hebben hij zou gedecodeerd hebben wij zouden gedecodeerd hebben jullie zouden gedecodeerd hebben zij zouden gedecodeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
decodeer
|