NL: declinerenSynoniemen: achteruitgaan, verbuigen, vertikken, minworden, afnemen, vervallen, verminderen, teruggaan, tanen, minderen, dalen, vervoegen, weigeren
EN: declineren (achteruitgaan): decline, waining, regress
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedeclineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik declineer jij declineert hij declineert wij declineren jullie declineren zij declineren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedeclineerd jij hebt gedeclineerd hij heeft gedeclineerd wij hebben gedeclineerd jullie hebben gedeclineerd zij hebben gedeclineerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik declineerde jij declineerde hij declineerde wij declineerden jullie declineerden zij declineerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedeclineerd jij had gedeclineerd hij had gedeclineerd wij hadden gedeclineerd jullie hadden gedeclineerd zij hadden gedeclineerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal declineren jij zult declineren hij zal declineren wij zullen declineren jullie zullen declineren zij zullen declineren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedeclineerd hebben jij zult gedeclineerd hebben hij zal gedeclineerd hebben wij zullen gedeclineerd hebben jullie zullen gedeclineerd hebben zij zullen gedeclineerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou declineren jij zou declineren hij zou declineren wij zouden declineren jullie zouden declineren zij zouden declineren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedeclineerd hebben jij zou gedeclineerd hebben hij zou gedeclineerd hebben wij zouden gedeclineerd hebben jullie zouden gedeclineerd hebben zij zouden gedeclineerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
declineer
|