NL: declarerenSynoniemen: aangeven
DE: angeben, melden, anzeigen, deklarieren, anmelden
EN: declare, give
ES: abandonar, avisar, declarar, anunciar, imponer
FR: déclarer, donner, faire inscrire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedeclareerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik declareer jij declareert hij declareert wij declareren jullie declareren zij declareren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedeclareerd jij hebt gedeclareerd hij heeft gedeclareerd wij hebben gedeclareerd jullie hebben gedeclareerd zij hebben gedeclareerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik declareerde jij declareerde hij declareerde wij declareerden jullie declareerden zij declareerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedeclareerd jij had gedeclareerd hij had gedeclareerd wij hadden gedeclareerd jullie hadden gedeclareerd zij hadden gedeclareerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal declareren jij zult declareren hij zal declareren wij zullen declareren jullie zullen declareren zij zullen declareren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedeclareerd hebben jij zult gedeclareerd hebben hij zal gedeclareerd hebben wij zullen gedeclareerd hebben jullie zullen gedeclareerd hebben zij zullen gedeclareerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou declareren jij zou declareren hij zou declareren wij zouden declareren jullie zouden declareren zij zouden declareren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedeclareerd hebben jij zou gedeclareerd hebben hij zou gedeclareerd hebben wij zouden gedeclareerd hebben jullie zouden gedeclareerd hebben zij zouden gedeclareerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
declareer
|