NL: deciderenSynoniemen: besluiten
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedecideerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik decideer jij decideert hij decideert wij decideren jullie decideren zij decideren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedecideerd jij hebt gedecideerd hij heeft gedecideerd wij hebben gedecideerd jullie hebben gedecideerd zij hebben gedecideerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik decideerde jij decideerde hij decideerde wij decideerden jullie decideerden zij decideerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedecideerd jij had gedecideerd hij had gedecideerd wij hadden gedecideerd jullie hadden gedecideerd zij hadden gedecideerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal decideren jij zult decideren hij zal decideren wij zullen decideren jullie zullen decideren zij zullen decideren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedecideerd hebben jij zult gedecideerd hebben hij zal gedecideerd hebben wij zullen gedecideerd hebben jullie zullen gedecideerd hebben zij zullen gedecideerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou decideren jij zou decideren hij zou decideren wij zouden decideren jullie zouden decideren zij zouden decideren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedecideerd hebben jij zou gedecideerd hebben hij zou gedecideerd hebben wij zouden gedecideerd hebben jullie zouden gedecideerd hebben zij zouden gedecideerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
decideer
|