NL: decentraliserenSynoniemen: spreiden
EN: decentralize
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedecentraliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik decentraliseer jij decentraliseert hij decentraliseert wij decentraliseren jullie decentraliseren zij decentraliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedecentraliseerd jij hebt gedecentraliseerd hij heeft gedecentraliseerd wij hebben gedecentraliseerd jullie hebben gedecentraliseerd zij hebben gedecentraliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik decentraliseerde jij decentraliseerde hij decentraliseerde wij decentraliseerden jullie decentraliseerden zij decentraliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedecentraliseerd jij had gedecentraliseerd hij had gedecentraliseerd wij hadden gedecentraliseerd jullie hadden gedecentraliseerd zij hadden gedecentraliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal decentraliseren jij zult decentraliseren hij zal decentraliseren wij zullen decentraliseren jullie zullen decentraliseren zij zullen decentraliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedecentraliseerd hebben jij zult gedecentraliseerd hebben hij zal gedecentraliseerd hebben wij zullen gedecentraliseerd hebben jullie zullen gedecentraliseerd hebben zij zullen gedecentraliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou decentraliseren jij zou decentraliseren hij zou decentraliseren wij zouden decentraliseren jullie zouden decentraliseren zij zouden decentraliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedecentraliseerd hebben jij zou gedecentraliseerd hebben hij zou gedecentraliseerd hebben wij zouden gedecentraliseerd hebben jullie zouden gedecentraliseerd hebben zij zouden gedecentraliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
decentraliseer
|