Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

decamperen vervoegen




NL: decamperen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gedecampeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik decampeer
jij decampeert
hij decampeert
wij decamperen
jullie decamperen
zij decamperen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gedecampeerd
jij hebt gedecampeerd
hij heeft gedecampeerd
wij hebben gedecampeerd
jullie hebben gedecampeerd
zij hebben gedecampeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik decampeerde
jij decampeerde
hij decampeerde
wij decampeerden
jullie decampeerden
zij decampeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gedecampeerd
jij had gedecampeerd
hij had gedecampeerd
wij hadden gedecampeerd
jullie hadden gedecampeerd
zij hadden gedecampeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal decamperen
jij zult decamperen
hij zal decamperen
wij zullen decamperen
jullie zullen decamperen
zij zullen decamperen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gedecampeerd hebben
jij zult gedecampeerd hebben
hij zal gedecampeerd hebben
wij zullen gedecampeerd hebben
jullie zullen gedecampeerd hebben
zij zullen gedecampeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou decamperen
jij zou decamperen
hij zou decamperen
wij zouden decamperen
jullie zouden decamperen
zij zouden decamperen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gedecampeerd hebben
jij zou gedecampeerd hebben
hij zou gedecampeerd hebben
wij zouden gedecampeerd hebben
jullie zouden gedecampeerd hebben
zij zouden gedecampeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
decampeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/decamperen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald