NL: debriefen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedebrieft
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik debrief jij debrieft hij debrieft wij debriefen jullie debriefen zij debriefen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedebrieft jij hebt gedebrieft hij heeft gedebrieft wij hebben gedebrieft jullie hebben gedebrieft zij hebben gedebrieft
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik debriefte jij debriefte hij debriefte wij debrieften jullie debrieften zij debrieften
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedebrieft jij had gedebrieft hij had gedebrieft wij hadden gedebrieft jullie hadden gedebrieft zij hadden gedebrieft
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal debriefen jij zult debriefen hij zal debriefen wij zullen debriefen jullie zullen debriefen zij zullen debriefen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedebrieft hebben jij zult gedebrieft hebben hij zal gedebrieft hebben wij zullen gedebrieft hebben jullie zullen gedebrieft hebben zij zullen gedebrieft hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou debriefen jij zou debriefen hij zou debriefen wij zouden debriefen jullie zouden debriefen zij zouden debriefen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedebrieft hebben jij zou gedebrieft hebben hij zou gedebrieft hebben wij zouden gedebrieft hebben jullie zouden gedebrieft hebben zij zouden gedebrieft hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
debrief
|