NL: debiterenSynoniemen: boeken
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedebiteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik debiteer jij debiteert hij debiteert wij debiteren jullie debiteren zij debiteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedebiteerd jij hebt gedebiteerd hij heeft gedebiteerd wij hebben gedebiteerd jullie hebben gedebiteerd zij hebben gedebiteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik debiteerde jij debiteerde hij debiteerde wij debiteerden jullie debiteerden zij debiteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedebiteerd jij had gedebiteerd hij had gedebiteerd wij hadden gedebiteerd jullie hadden gedebiteerd zij hadden gedebiteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal debiteren jij zult debiteren hij zal debiteren wij zullen debiteren jullie zullen debiteren zij zullen debiteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedebiteerd hebben jij zult gedebiteerd hebben hij zal gedebiteerd hebben wij zullen gedebiteerd hebben jullie zullen gedebiteerd hebben zij zullen gedebiteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou debiteren jij zou debiteren hij zou debiteren wij zouden debiteren jullie zouden debiteren zij zouden debiteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedebiteerd hebben jij zou gedebiteerd hebben hij zou gedebiteerd hebben wij zouden gedebiteerd hebben jullie zouden gedebiteerd hebben zij zouden gedebiteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
debiteer
|