NL: daverenSynoniemen: bulderen, denderen, dreunen, schreeuwen, brullen, blaffen
DE: das Gedröhn, das Dröhnen, das Gedröhne
EN: the booming
ES: el resonar, el retumbar, el rimbombar
FR: le grondement, le bruit sourd
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedaverd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik daver jij davert hij davert wij daveren jullie daveren zij daveren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedaverd jij hebt gedaverd hij heeft gedaverd wij hebben gedaverd jullie hebben gedaverd zij hebben gedaverd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik daverde jij daverde hij daverde wij daverden jullie daverden zij daverden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedaverd jij had gedaverd hij had gedaverd wij hadden gedaverd jullie hadden gedaverd zij hadden gedaverd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal daveren jij zult daveren hij zal daveren wij zullen daveren jullie zullen daveren zij zullen daveren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedaverd hebben jij zult gedaverd hebben hij zal gedaverd hebben wij zullen gedaverd hebben jullie zullen gedaverd hebben zij zullen gedaverd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou daveren jij zou daveren hij zou daveren wij zouden daveren jullie zouden daveren zij zouden daveren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedaverd hebben jij zou gedaverd hebben hij zou gedaverd hebben wij zouden gedaverd hebben jullie zouden gedaverd hebben zij zouden gedaverd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
daver
|