NL: dankzeggen U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
dankgezegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zeg dank jij zegt dank hij zegt dank wij zeggen dank jullie zeggen dank zij zeggen dank
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb dankgezegd jij hebt dankgezegd hij heeft dankgezegd wij hebben dankgezegd jullie hebben dankgezegd zij hebben dankgezegd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zegde dank jij zegde dank hij zegde dank wij zegden dank jullie zegden dank zij zegden dank
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had dankgezegd jij had dankgezegd hij had dankgezegd wij hadden dankgezegd jullie hadden dankgezegd zij hadden dankgezegd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dankzeggen jij zult dankzeggen hij zal dankzeggen wij zullen dankzeggen jullie zullen dankzeggen zij zullen dankzeggen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal dankgezegd hebben jij zult dankgezegd hebben hij zal dankgezegd hebben wij zullen dankgezegd hebben jullie zullen dankgezegd hebben zij zullen dankgezegd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dankzeggen jij zou dankzeggen hij zou dankzeggen wij zouden dankzeggen jullie zouden dankzeggen zij zouden dankzeggen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou dankgezegd hebben jij zou dankgezegd hebben hij zou dankgezegd hebben wij zouden dankgezegd hebben jullie zouden dankgezegd hebben zij zouden dankgezegd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zeg dank
|