NL: dampenSynoniemen: dampen (moisten): nat maken, bevochtigen
EN: humidify, moisturize, wet,
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedampt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik damp jij dampt hij dampt wij dampen jullie dampen zij dampen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedampt jij hebt gedampt hij heeft gedampt wij hebben gedampt jullie hebben gedampt zij hebben gedampt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dampte jij dampte hij dampte wij dampten jullie dampten zij dampten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedampt jij had gedampt hij had gedampt wij hadden gedampt jullie hadden gedampt zij hadden gedampt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dampen jij zult dampen hij zal dampen wij zullen dampen jullie zullen dampen zij zullen dampen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedampt hebben jij zult gedampt hebben hij zal gedampt hebben wij zullen gedampt hebben jullie zullen gedampt hebben zij zullen gedampt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dampen jij zou dampen hij zou dampen wij zouden dampen jullie zouden dampen zij zouden dampen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedampt hebben jij zou gedampt hebben hij zou gedampt hebben wij zouden gedampt hebben jullie zouden gedampt hebben zij zouden gedampt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
damp
|
EN: to dampenSynoniemen: humidify, moisturize, wet,
NL: dampen (moisten): nat maken, bevochtigen
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
dampening
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I dampen you dampen he dampens we dampen you dampen they dampen
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have dampened you have dampened he has dampened we have dampened you have dampened they have dampened
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I dampened you dampened he dampened we dampened you dampened they dampened
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had dampened you had dampened he had dampened we had dampened you had dampened they had dampened
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will dampen you will dampen he will dampen we will dampen you will dampen they will dampen
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have dampened you will have dampened he will have dampened we will have dampened you will have dampened they will have dampened
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would dampen you would dampen he would dampen we would dampen you would dampen they would dampen
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have dampened you would have dampened he would have dampened we would have dampened you would have dampened they would have dampened
|