NL: dagvaardenSynoniemen: dagen
DE: vorladen, vor Gericht laden
EN: summon, subpoena
ES: citar a juicio, citar, emplazar
FR: citer en justice, assigner, citer, appeler, traduire
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedagvaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dagvaard jij dagvaardt hij dagvaardt wij dagvaarden jullie dagvaarden zij dagvaarden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedagvaard jij hebt gedagvaard hij heeft gedagvaard wij hebben gedagvaard jullie hebben gedagvaard zij hebben gedagvaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dagvaardde jij dagvaardde hij dagvaardde wij dagvaardden jullie dagvaardden zij dagvaardden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedagvaard jij had gedagvaard hij had gedagvaard wij hadden gedagvaard jullie hadden gedagvaard zij hadden gedagvaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dagvaarden jij zult dagvaarden hij zal dagvaarden wij zullen dagvaarden jullie zullen dagvaarden zij zullen dagvaarden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedagvaard hebben jij zult gedagvaard hebben hij zal gedagvaard hebben wij zullen gedagvaard hebben jullie zullen gedagvaard hebben zij zullen gedagvaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dagvaarden jij zou dagvaarden hij zou dagvaarden wij zouden dagvaarden jullie zouden dagvaarden zij zouden dagvaarden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedagvaard hebben jij zou gedagvaard hebben hij zou gedagvaard hebben wij zouden gedagvaard hebben jullie zouden gedagvaard hebben zij zouden gedagvaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dagvaard
|