NL: dagdromenEN: the musing, the daydreaming
ES: el soñar despierto, la meditaciones, la reflexión, la meditación
FR: la rêvasserie
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedagdroomd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dagdroom jij dagdroomt hij dagdroomt wij dagdromen jullie dagdromen zij dagdromen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedagdroomd jij hebt gedagdroomd hij heeft gedagdroomd wij hebben gedagdroomd jullie hebben gedagdroomd zij hebben gedagdroomd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dagdroomde jij dagdroomde hij dagdroomde wij dagdroomden jullie dagdroomden zij dagdroomden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedagdroomd jij had gedagdroomd hij had gedagdroomd wij hadden gedagdroomd jullie hadden gedagdroomd zij hadden gedagdroomd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dagdromen jij zult dagdromen hij zal dagdromen wij zullen dagdromen jullie zullen dagdromen zij zullen dagdromen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedagdroomd hebben jij zult gedagdroomd hebben hij zal gedagdroomd hebben wij zullen gedagdroomd hebben jullie zullen gedagdroomd hebben zij zullen gedagdroomd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dagdromen jij zou dagdromen hij zou dagdromen wij zouden dagdromen jullie zouden dagdromen zij zouden dagdromen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedagdroomd hebben jij zou gedagdroomd hebben hij zou gedagdroomd hebben wij zouden gedagdroomd hebben jullie zouden gedagdroomd hebben zij zouden gedagdroomd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dagdroom
|