NL: dagdieven U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gedagdiefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dagdief jij dagdieft hij dagdieft wij dagdieven jullie dagdieven zij dagdieven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gedagdiefd jij hebt gedagdiefd hij heeft gedagdiefd wij hebben gedagdiefd jullie hebben gedagdiefd zij hebben gedagdiefd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dagdiefde jij dagdiefde hij dagdiefde wij dagdiefden jullie dagdiefden zij dagdiefden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gedagdiefd jij had gedagdiefd hij had gedagdiefd wij hadden gedagdiefd jullie hadden gedagdiefd zij hadden gedagdiefd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal dagdieven jij zult dagdieven hij zal dagdieven wij zullen dagdieven jullie zullen dagdieven zij zullen dagdieven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gedagdiefd hebben jij zult gedagdiefd hebben hij zal gedagdiefd hebben wij zullen gedagdiefd hebben jullie zullen gedagdiefd hebben zij zullen gedagdiefd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou dagdieven jij zou dagdieven hij zou dagdieven wij zouden dagdieven jullie zouden dagdieven zij zouden dagdieven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gedagdiefd hebben jij zou gedagdiefd hebben hij zou gedagdiefd hebben wij zouden gedagdiefd hebben jullie zouden gedagdiefd hebben zij zouden gedagdiefd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dagdief
|