Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

cumuleren vervoegen




NL: cumuleren
Synoniemen: opeenhopen, opstapelen

FR: cumuler

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gecumuleerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik cumuleer
jij cumuleert
hij cumuleert
wij cumuleren
jullie cumuleren
zij cumuleren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gecumuleerd
jij hebt gecumuleerd
hij heeft gecumuleerd
wij hebben gecumuleerd
jullie hebben gecumuleerd
zij hebben gecumuleerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik cumuleerde
jij cumuleerde
hij cumuleerde
wij cumuleerden
jullie cumuleerden
zij cumuleerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gecumuleerd
jij had gecumuleerd
hij had gecumuleerd
wij hadden gecumuleerd
jullie hadden gecumuleerd
zij hadden gecumuleerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal cumuleren
jij zult cumuleren
hij zal cumuleren
wij zullen cumuleren
jullie zullen cumuleren
zij zullen cumuleren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gecumuleerd hebben
jij zult gecumuleerd hebben
hij zal gecumuleerd hebben
wij zullen gecumuleerd hebben
jullie zullen gecumuleerd hebben
zij zullen gecumuleerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou cumuleren
jij zou cumuleren
hij zou cumuleren
wij zouden cumuleren
jullie zouden cumuleren
zij zouden cumuleren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gecumuleerd hebben
jij zou gecumuleerd hebben
hij zou gecumuleerd hebben
wij zouden gecumuleerd hebben
jullie zouden gecumuleerd hebben
zij zouden gecumuleerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
cumuleer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/cumuleren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald