NL: cultiverenSynoniemen: beschaven, onderhouden, ontwikkelen, civiliseren, vormen, stimuleren, bevorderen
EN: cultiveren (beschaven): cultivate, civilize
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecultiveerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik cultiveer jij cultiveert hij cultiveert wij cultiveren jullie cultiveren zij cultiveren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecultiveerd jij hebt gecultiveerd hij heeft gecultiveerd wij hebben gecultiveerd jullie hebben gecultiveerd zij hebben gecultiveerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik cultiveerde jij cultiveerde hij cultiveerde wij cultiveerden jullie cultiveerden zij cultiveerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecultiveerd jij had gecultiveerd hij had gecultiveerd wij hadden gecultiveerd jullie hadden gecultiveerd zij hadden gecultiveerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal cultiveren jij zult cultiveren hij zal cultiveren wij zullen cultiveren jullie zullen cultiveren zij zullen cultiveren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecultiveerd hebben jij zult gecultiveerd hebben hij zal gecultiveerd hebben wij zullen gecultiveerd hebben jullie zullen gecultiveerd hebben zij zullen gecultiveerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou cultiveren jij zou cultiveren hij zou cultiveren wij zouden cultiveren jullie zouden cultiveren zij zouden cultiveren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecultiveerd hebben jij zou gecultiveerd hebben hij zou gecultiveerd hebben wij zouden gecultiveerd hebben jullie zouden gecultiveerd hebben zij zouden gecultiveerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
cultiveer
|