NL: criminaliseren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecriminaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik criminaliseer jij criminaliseert hij criminaliseert wij criminaliseren jullie criminaliseren zij criminaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecriminaliseerd jij hebt gecriminaliseerd hij heeft gecriminaliseerd wij hebben gecriminaliseerd jullie hebben gecriminaliseerd zij hebben gecriminaliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik criminaliseerde jij criminaliseerde hij criminaliseerde wij criminaliseerden jullie criminaliseerden zij criminaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecriminaliseerd jij had gecriminaliseerd hij had gecriminaliseerd wij hadden gecriminaliseerd jullie hadden gecriminaliseerd zij hadden gecriminaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal criminaliseren jij zult criminaliseren hij zal criminaliseren wij zullen criminaliseren jullie zullen criminaliseren zij zullen criminaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecriminaliseerd hebben jij zult gecriminaliseerd hebben hij zal gecriminaliseerd hebben wij zullen gecriminaliseerd hebben jullie zullen gecriminaliseerd hebben zij zullen gecriminaliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou criminaliseren jij zou criminaliseren hij zou criminaliseren wij zouden criminaliseren jullie zouden criminaliseren zij zouden criminaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecriminaliseerd hebben jij zou gecriminaliseerd hebben hij zou gecriminaliseerd hebben wij zouden gecriminaliseerd hebben jullie zouden gecriminaliseerd hebben zij zouden gecriminaliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
criminaliseer
|