NL: creperenSynoniemen: barsten, doodgaan, zieltogen, verrekken
DE: verenden, krepieren
EN: die
ES: morirse, reventar, reventarse, morir miserablemente
FR: crever, agoniser
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecrepeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik crepeer jij crepeert hij crepeert wij creperen jullie creperen zij creperen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecrepeerd jij hebt gecrepeerd hij heeft gecrepeerd wij hebben gecrepeerd jullie hebben gecrepeerd zij hebben gecrepeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik crepeerde jij crepeerde hij crepeerde wij crepeerden jullie crepeerden zij crepeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecrepeerd jij had gecrepeerd hij had gecrepeerd wij hadden gecrepeerd jullie hadden gecrepeerd zij hadden gecrepeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal creperen jij zult creperen hij zal creperen wij zullen creperen jullie zullen creperen zij zullen creperen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecrepeerd hebben jij zult gecrepeerd hebben hij zal gecrepeerd hebben wij zullen gecrepeerd hebben jullie zullen gecrepeerd hebben zij zullen gecrepeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou creperen jij zou creperen hij zou creperen wij zouden creperen jullie zouden creperen zij zouden creperen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecrepeerd hebben jij zou gecrepeerd hebben hij zou gecrepeerd hebben wij zouden gecrepeerd hebben jullie zouden gecrepeerd hebben zij zouden gecrepeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
crepeer
|