NL: crediterenDE: kreditieren
EN: credit
ES: acreditar
FR: créditer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecrediteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik crediteer jij crediteert hij crediteert wij crediteren jullie crediteren zij crediteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecrediteerd jij hebt gecrediteerd hij heeft gecrediteerd wij hebben gecrediteerd jullie hebben gecrediteerd zij hebben gecrediteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik crediteerde jij crediteerde hij crediteerde wij crediteerden jullie crediteerden zij crediteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecrediteerd jij had gecrediteerd hij had gecrediteerd wij hadden gecrediteerd jullie hadden gecrediteerd zij hadden gecrediteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal crediteren jij zult crediteren hij zal crediteren wij zullen crediteren jullie zullen crediteren zij zullen crediteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecrediteerd hebben jij zult gecrediteerd hebben hij zal gecrediteerd hebben wij zullen gecrediteerd hebben jullie zullen gecrediteerd hebben zij zullen gecrediteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou crediteren jij zou crediteren hij zou crediteren wij zouden crediteren jullie zouden crediteren zij zouden crediteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecrediteerd hebben jij zou gecrediteerd hebben hij zou gecrediteerd hebben wij zouden gecrediteerd hebben jullie zouden gecrediteerd hebben zij zouden gecrediteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
crediteer
|