NL: corresponderenSynoniemen: aansluiten, overeenkomen, overeenstemmen, schrijven, stroken
DE: korrespondieren
EN: correspond with, conform to
ES: corresponder a, concordar con, convenir, responder a, pactar, semejar, parecer
FR: correspondre à, être conforme à, concorder
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gecorrespondeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik correspondeer jij correspondeert hij correspondeert wij corresponderen jullie corresponderen zij corresponderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gecorrespondeerd jij hebt gecorrespondeerd hij heeft gecorrespondeerd wij hebben gecorrespondeerd jullie hebben gecorrespondeerd zij hebben gecorrespondeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik correspondeerde jij correspondeerde hij correspondeerde wij correspondeerden jullie correspondeerden zij correspondeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gecorrespondeerd jij had gecorrespondeerd hij had gecorrespondeerd wij hadden gecorrespondeerd jullie hadden gecorrespondeerd zij hadden gecorrespondeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal corresponderen jij zult corresponderen hij zal corresponderen wij zullen corresponderen jullie zullen corresponderen zij zullen corresponderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gecorrespondeerd hebben jij zult gecorrespondeerd hebben hij zal gecorrespondeerd hebben wij zullen gecorrespondeerd hebben jullie zullen gecorrespondeerd hebben zij zullen gecorrespondeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou corresponderen jij zou corresponderen hij zou corresponderen wij zouden corresponderen jullie zouden corresponderen zij zouden corresponderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gecorrespondeerd hebben jij zou gecorrespondeerd hebben hij zou gecorrespondeerd hebben wij zouden gecorrespondeerd hebben jullie zouden gecorrespondeerd hebben zij zouden gecorrespondeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
correspondeer
|